ECLI:NL:GHARL:2021:4084
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste oplegging aan kentekenhouder in parkeerzaak
De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren op een voetpad met een voertuig. Hoewel de overtreding niet werd betwist, stelde de betrokkene dat de sanctie ten onrechte aan hem als kentekenhouder was opgelegd, omdat de ambtenaar de bestuurder had gesproken. De bestuurder verklaarde dat hij de auto had geleend en met de ambtenaar had gesproken voordat de sanctie werd opgelegd.
De advocaat-generaal betwistte dat de ambtenaar met de bestuurder had gesproken, verwijzend naar het gesloten voertuig en het feit dat de verklaring pas in hoger beroep was overgelegd. De ambtenaar kon zich de situatie niet meer herinneren en verklaarde dat hij geen betrokkene bij het voertuig had aangetroffen.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de bestuurder aannemelijk maakt dat de ambtenaar met hem heeft gesproken, wat betekent dat er een reële mogelijkheid was om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Daarom mocht de sanctie niet aan de kentekenhouder worden opgelegd. De sanctiebeschikking is vernietigd, het beroep van de betrokkene is gegrond verklaard en de proceskosten zijn aan hem toegekend.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder is vernietigd omdat de ambtenaar de bestuurder heeft gesproken.