ECLI:NL:GHARL:2021:4099

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
29 april 2021
Zaaknummer
21-002662-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak schuldheling elektrische herenfiets wegens onvoldoende bewijs

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel is verdachte beschuldigd van schuldheling van een elektrische herenfiets die op of omstreeks 14 juni 2018 te Nederland zou zijn verworven, voorhanden gehad of overgedragen terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De politierechter had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis. Het hof heeft het vonnis vernietigd omdat het tot een andere bewijsbeslissing kwam. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting bleek niet voldoende vast te staan dat de fiets afkomstig was van een misdrijf. De verklaring van verdachte werd niet onaannemelijk geacht, mede gezien het summiere proces-verbaal van de politie.

Het hof heeft op basis van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en heeft hem daarom vrijgesproken. Het vonnis van de politierechter is vernietigd en het hof doet opnieuw recht door verdachte vrij te spreken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002662-19
Uitspraak d.d.: 29 april 2021
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 15 mei 2019 met parketnummer 08-173186-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde schuldheling tot een taakstraf van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. T.H. Westerhof-Dijkstra, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld ten aanzien van de hem subsidiair tenlastegelegde schuldheling tot een taakstraf van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 14 juni 2018 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, een (elektrische) (heren)fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof overweegt dat, gelet op de inhoud van het dossier en hetgeen naar voren is gekomen bij het onderzoek ter terechtzitting, naar het oordeel van het hof niet voldoende vast is komen te staan dat de fiets die de verbalisanten bij verdachte hebben aangetroffen van een misdrijf afkomstig was. Voorts acht het hof de verklaring van verdachte omtrent het tenlastegelegde niet onaannemelijk, mede in het licht van het summiere proces-verbaal van de politie.
Het hof heeft aldus uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. G.A. Versteeg, voorzitter,
mr. J. Hielkema en mr. E. Pennink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,
en op 29 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.