Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2014, gezamenlijk belast met het gezag. Na het uiteengaan maakten zij afspraken in een ouderschapsplan over zorg en alimentatie. De rechtbank stelde in juli 2020 een zorgregeling en kinderalimentatie van €212 per maand vast.
De moeder kwam in hoger beroep met verzoeken tot wijziging van de zorgregeling en verhoging van de alimentatie. Het hof constateerde dat partijen deelnemen aan ouderschapsbemiddeling vanwege spanningen en dat de huidige zorgregeling acht maanden zonder noemenswaardige problemen verloopt. Het hof vond wijziging van de zorgregeling nu ongewenst om de bemiddeling niet te frustreren.
De alimentatie werd herberekend op basis van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en de behoefte van het kind volgens NIBUD-tabellen. De vader's draagkracht werd vastgesteld op €1.656 en de moeder's op €727 per maand. Na toepassing van een zorgkorting van 35% werd de kinderalimentatie vastgesteld op €347 per maand met ingang van 29 juli 2019.
Het hof bekrachtigde de zorgregeling van de rechtbank en vernietigde het alimentatiebesluit, waarna het zelf de alimentatie wijzigde. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen.