Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk niet volledig, juist en naar waarheid melden van de aan- en afvoer van 641 respectievelijk 628 schapen in het I&R systeem, terwijl deze schapen nooit daadwerkelijk zijn aangevoerd of afgevoerd bij de betreffende hobby-schapenhouder. Dit gebeurde gedurende een periode van bijna elf maanden in 2017.
Het hof oordeelde dat verdachte hiermee het stelsel van dierenregistratie heeft ondermijnd, wat essentieel is voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten. Bovendien maakte verdachte misbruik van een machtiging die hem door de schapenhouder in goed vertrouwen was gegeven. Na ontdekking van de feiten heeft verdachte geprobeerd de schapenhouder met een bedrag van €4000,- als zwijggeld te beïnvloeden, waarbij hij de naam van een onschuldige derde gebruikte en deze derde ook chanteerde.
Het hof achtte het gedrag van verdachte uitermate kwalijk en verwerpelijk, waarbij menselijke en maatschappelijke normen werden genegeerd ten behoeve van financieel gewin. Daarom werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken en een geldboete van €10.000,- opgelegd, waarbij de voorwaardelijke geldboete van de politierechter werd verworpen als onvoldoende passend.