ECLI:NL:GHARL:2021:4214

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 mei 2021
Publicatiedatum
3 mei 2021
Zaaknummer
Wahv 200.265.634/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking beroep tegen beslissing officier van justitie in bestuursstrafzaak

De betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie in een bestuursstrafzaak. De kantonrechter verklaarde dit beroep ongegrond en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af.

Later trok de betrokkene het beroep zelf in met een brief aan de officier van justitie, ondanks dat de gemachtigde dit niet had gedaan. Het hof oordeelde dat de betrokkene bevoegd is om het beroep zelf in te trekken en dat de intrekking rechtsgeldig is, waardoor de kantonrechter ten onrechte op het beroep heeft beslist.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. De procedure toont het belang van de bevoegdheid van de betrokkene om zelfstandig een beroep in te trekken, ook als de gemachtigde dit niet doet.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af wegens intrekking van het beroep door de betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.265.634/01
CJIB-nummer
: 219694723
Uitspraak d.d.
: 3 mei 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 4 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Uit het dossier blijkt het volgende.
Bij brief van 12 september 2018 heeft de gemachtigde beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie.
Bij brief van 2 april 2019 heeft de officier van justitie aan de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen.
De officier van justitie heeft op 12 april 2019 een brief van de betrokkene ontvangen. De betrokkene schrijft hierin, onder vermelding van het kenteken, CJIB-nummer en het kenmerk van de zekerheidsbrief: “Hierbij trek ik mijn bezwaarschrift in. Volgens mij heeft het geen zin. Het geldbedrag is reeds naar u overgemaakt.”
Deze brief is gevoegd in het dossier dat de officier van justitie aan de rechtbank heeft aangeboden.
2. Het hof stelt vast dat de betrokkene met deze brief het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in de onderhavige zaak heeft ingetrokken. Dat de gemachtigde het beroep niet heeft ingetrokken doet aan de rechtsgeldigheid van de intrekking van het beroep door de betrokkene niet af. De stelling van de gemachtigde dat het beroep niet kon worden ingetrokken omdat daarop reeds was beslist, mist feitelijke grondslag. De kantonrechter heeft eerst op 4 juli 2019 beslist. Nu de betrokkene het beroep heeft ingetrokken, heeft de kantonrechter ten onrechte op dat beroep beslist. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen.
3. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.