ECLI:NL:GHARL:2021:4249

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
4 mei 2021
Zaaknummer
21-001970-18
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak

In deze zaak is het openbaar ministerie in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de politierechter waarin een ontnemingsvordering was ingesteld tegen de verdachte. Het hof heeft het hoger beroep behandeld op 21 april 2021 en heeft kennisgenomen van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 11.250,90.

De verdachte was bij een apart arrest van het hof vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Gezien deze vrijspraak kan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat de strafrechtelijke grondslag ontbreekt.

Het hof vernietigt daarom het vonnis van de politierechter en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. De zaak wordt opnieuw behandeld, waarbij het hof geen verdere inhoudelijke beoordeling van de ontnemingsvordering doet.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de verdachte.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001970-18
Uitspraak d.d.: 4 mei 2021
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2018 met parketnummer 16-233667-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat op
€ 11.250,90 en oplegging van een betalingsverplichting aan de staat voor hetzelfde bedrag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman,
mr. F. van Seventer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De betrokkene is bij arrest van dit hof van 4 mei 2021 (parketnummer 21-001969-18) vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het openbaar ministerie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gewezen door
mr. M.B. de Wit, voorzitter,
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. W. Geelhoed, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,
en op 4 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.