De betrokkene maakte bezwaar tegen een opgelegde sanctie van €140 wegens het gebruik van een busstrook die was aangeduid met het woord «BUS» op het wegdek. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat het sanctiebedrag onterecht hoger was dan bij een vergelijkbare overtreding waarbij de busstrook met een bord was aangeduid (€95). Het hof oordeelde dat de beslissing van de officier van justitie voldoende was gemotiveerd en dat het verschil in sanctiebedragen gerechtvaardigd is.
De gedraging met feitcode R622 betreft het gebruik van een busstrook aangeduid met het woord «BUS» op het wegdek, terwijl feitcode R599a betrekking heeft op een busstrook aangeduid met bord F13. De hogere sanctie voor R622 is gebaseerd op de grotere gevaarzetting en de moeilijker te verontschuldigen aard van de overtreding, omdat het woord «BUS» continu op het wegdek staat en de busstrook vaak langer en anders ingericht is dan reguliere wegen.
Het hof concludeerde dat geen aanleiding bestaat om het sanctiebedrag te matigen en bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting.