Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant sloot op 16 juni 2017 een koopovereenkomst voor een woning met geïntimeerden, maar kon de financiering niet rondkrijgen en riep de ontbindende voorwaarde te laat in, waardoor hij de woning niet op de afgesproken datum afnam. Geïntimeerden ontbonden de overeenkomst en eisten betaling van een contractuele boete van 10% van de koopsom. De kantonrechter wees de vorderingen toe, en appellant ging in hoger beroep.
Het hof overwoog dat matiging van de boete slechts mogelijk is indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, wat in dit geval niet aan de orde was. Het boetebeding is een gebruikelijk onderdeel van koopovereenkomsten tussen particulieren en dient ook als prikkel tot nakoming. Appellant had de financieringsvoorwaarde tijdig kunnen inroepen, maar liet deze kans voorbijgaan, wat volledig voor zijn risico komt.
De boete van 10% werd niet als buitensporig beschouwd, ook niet bij een geschatte schade van circa € 2.000,-. Appellants financiële situatie werd onvoldoende onderbouwd om matiging te rechtvaardigen. Daarnaast werd de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen conform de wet. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere vonnissen bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de boete van 10% en wijst het verzoek tot matiging af.