ECLI:NL:GHARL:2021:4432

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 mei 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
Wahv 200.263.488/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens niet dragen autogordel ondanks stopteken door student

De betrokkene werd op 18 september 2018 op de Schiekade in Rotterdam beboet wegens het niet dragen van een autogordel. De sanctie van €140 werd opgelegd door een ambtenaar die de identiteit vaststelde na een stopteken dat door een student van ROC Zadkine was gegeven.

De betrokkene stelde dat de staandehouding niet rechtsgeldig was omdat het stopteken door een student werd gegeven die niet bevoegd zou zijn. Volgens de betrokkene was daardoor de sanctie onrechtmatig en diende deze te worden vernietigd.

Het gerechtshof oordeelde dat het stopteken door de student voorafging aan de feitelijke staandehouding door de ambtenaar. Artikel 5 Wahv Pro bepaalt dat de ambtenaar die de sanctie oplegt ook de bestuurder staande moet houden en diens identiteit moet vaststellen. Het stopteken door een ander maakt de staandehouding niet ongeldig.

De kantonrechter had de bezwaren van de betrokkene al ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. De sanctie blijft van kracht omdat de procedure en bevoegdheden correct zijn toegepast.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €140 wegens het niet dragen van de autogordel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.263.488/01
CJIB-nummer
: 219991058
Uitspraak d.d.
: 6 mei 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd voor: “als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 september 2018 om 14:50 uur op de Schiekade in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat een student van het ROC Zadkine het stopteken heeft gegeven, hem heeft aangesproken wegens het niet dragen van de autogordel en hem vervolgens heeft verwezen naar de ambtenaar die op 10 meter afstand stond te kijken. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij - anders dan de kantonrechter heeft overwogen - is staandegehouden door de student. Nu de student daartoe niet bevoegd was, is in strijd met de wet gehandeld en om die reden dient de inleidende beschikking te worden vernietigd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. (…)
Naam van ambtenaar 1: [B] (…)
Rangomschrijving ambtenaar 1: aspirant
Naam van ambtenaar 2: [C] (…)
Rangomschrijving ambtenaar 2: aspirant (…)”
4. Het dossier bevat, naast voornoemd zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal van
18 maart 2019. In dit op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal wordt - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang- door de ambtenaren verklaard dat zij op 18 september 2018 bezig waren met de uitvoering van een verkeerscontrole op de Schiekade te Rotterdam. Ambtenaar [B] had daarbij assistentie van een student van de opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid (HTV) van het ROC Zadkine. Ambtenaar [B] heeft via de portofoon van ambtenaar [C] doorgekregen dat de betrokkene zijn autogordel niet om had dan wel deze niet op de juiste wijze droeg. Hierop heeft ambtenaar [B] de betreffende student opdracht gegeven de betrokkene een stopteken te geven en de betrokkene naar hem te verwijzen. Vervolgens heeft ambtenaar [B] zelf geconstateerd dat de betrokkene de autogordel niet droeg. Daarna heeft hij de betrokkene om zijn bescheiden gevraagd, hem de reden van het gegeven stopteken medegedeeld en gevraagd naar de reden voor het niet dragen van de autogordel.
5. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat de bestuurder een sanctie kan worden opgelegd. Staandehouding strekt aldus ter vaststelling van de identiteit van de bestuurder.
Dat het aan de staandehouding voorafgaande stopteken door een ander is gegeven dan de ambtenaar die de staandehouding heeft verricht en vervolgens de identiteit van de betrokkene heeft vastgesteld, maakt niet dat de betrokkene niet door die ambtenaar is staandegehouden.
6. De bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter treffen geen doel. Die beslissing zal daarom worden bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.