Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 11 februari 2020;
- het verweerschrift.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De overwegingen voor de beslissing
- de vrouw en [B] brachten zeer veel tijd samen in één van hun woningen door, minimaal 59%. Een en ander heeft de man onderbouwd met observaties van het door de man ingeschakelde recherchebureau, de eigen ingebrachte observatieverslagen en whatsapp-berichten tussen partijen. Het hof neemt hier over hetgeen de rechtbank in haar overweging onder 4.6 heeft opgenomen. De door de rechtbank daar vastgestelde door de vrouw en [B] met elkaar doorgebrachte tijd heeft de vrouw in hoger beroep niet betwist;
- de vrouw en [B] konden in elkaars woning binnenkomen en hadden bij beide woningen elk een fiets;
- de vrouw en [B] verbleven in het huis van de ander wanneer de ander niet aanwezig was;
- de vrouw en [B] brachten de feestdagen en vakanties samen door en waren samen/hielpen samen bij klussen, tuinieren, onderhoud en huishoudelijke activiteiten van beide woningen;
- de vrouw en [B] waren gedurende meerdere periodes samen wanneer één van hen (langdurig) ziek was.
- de vrouw en [B] kopen boodschappen en koken maaltijden voor elkaar. Wanneer ze in [C] zijn koopt de man de boodschappen voor hen samen en wanneer ze op [A] zijn koopt de vrouw de boodschappen voor hen samen. Daarmee dragen zij over en weer bij in kosten van een gezamenlijke huishouding;
- de vrouw en [B] zorgen voor elkaar wanneer zij ziek zijn ook gedurende langere perioden;
- De vrouw en [B] doen gezamenlijk de huishouding, klussen en het onderhoud in en rond hun woningen.