De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over twee minderjarige kinderen geboren in 2013 en 2017. De kinderen zijn sinds juni 2019 onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling, veroorzaakt door spanningen tussen de ouders en onvoldoende acceptatie van hulpverlening.
Na eerdere verlengingen heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd tot 12 juni 2021. De moeder is tegen deze verlenging in hoger beroep gegaan met drie grieven, verzoekt vernietiging of bekorting van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling (GI) verzet zich en verzoekt bekrachtiging.
Het hof constateert dat hoewel de communicatie tussen ouders is verbeterd en er een werkende zorgregeling is, de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen nog niet is verdwenen. Loyaliteitsproblemen bij het oudste kind en voortdurende spanningen tussen ouders, mede door onenigheid over hulpverlening, maken dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft.
Het hof oordeelt dat de ouders niet zonder gedwongen hulp de problemen kunnen oplossen en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 12 juni 2021.