ECLI:NL:GHARL:2021:4566
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van boa bij handhaving geslotenverklaring in relatie tot openbare orde
In hoger beroep is de bevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) om een geslotenverklaring te handhaven aan de orde gesteld. De betrokkene werd gesanctioneerd wegens het overtreden van een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op de Lancierstraat in Tilburg.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de boa niet bevoegd was omdat de geslotenverklaring niet uitsluitend op de openbare orde zou zijn gericht en dat het verkeersbord niet zichtbaar was op de foto, wat volgens de beleidsregels vereist is. Tevens werd een schending van de hoorplicht aangevoerd.
Het hof stelde vast dat de geslotenverklaring mede is ingesteld om het karakter en de functie van het gebied te beschermen, wat een openbare ordeaspect betreft, en dat de boa daardoor bevoegd was. Hoewel er geen foto van de overtreding beschikbaar was, was de waarneming van de boa ter plaatse voldoende bewijs. De hoorplicht werd geschonden door de kantonrechter, waardoor diens beslissing werd vernietigd. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissingen worden vernietigd.