ECLI:NL:GHARL:2021:4579
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie kentekenhouder bij onopvallende controle zonder staandehouding scooterrijder
De betrokkene werd beboet voor het rijden op de rijbaan terwijl het gebruik van het fietspad verplicht was, een overtreding vastgesteld tijdens een onopvallende controle door een ambtenaar te voet en in burgerkleding. De betrokkene stelde zich op het standpunt dat de sanctie onterecht was opgelegd, mede omdat de ambtenaar geen staandehouding had verricht en in veel zaken zonder staandehouding sancties zou opleggen.
De kantonrechter wees het beroep van de betrokkene af en ook het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat het ontbreken van een ambtsedige verklaring niet leidt tot vernietiging van de sanctie, omdat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) niet vereist dat een sanctie gebaseerd moet zijn op een ambtsedig proces-verbaal. De vaststelling van de overtreding kan ook op basis van het zaakoverzicht plaatsvinden.
Verder stelde het hof dat onopvallende controles in burgerkleding zijn toegestaan in het belang van effectieve handhaving. Omdat de ambtenaar te voet was en geen reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden, mocht de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: De sanctie van €95,- opgelegd aan de kentekenhouder wordt bevestigd ondanks het ontbreken van een staandehouding.