In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd beschuldigd van mishandeling van twee honden in de periode van mei tot november 2018. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen toelaatbaar was, pijn en letsel heeft veroorzaakt bij één hond door deze te slaan, in de neus te knijpen en vingers in de neus te steken.
De rechtbank sprak verdachte vrij voor mishandeling van de tweede hond, en het hof bevestigde deze vrijspraak. Het bewijs bestond uit verklaringen van een getuige die de mishandeling zag en van een verbalisant die meerdere meldingen onderzocht. De hond vertoonde duidelijk pijn en angst, wat het hof overtuigde van mishandeling.
Het hof veroordeelde verdachte tot een geldboete van €150, subsidiair drie dagen hechtenis, en verklaarde de mishandelde hond verbeurd. De tweede hond werd aan verdachte teruggegeven. Verdachte had geen eerdere justitiële antecedenten, wat meewoog in de strafoplegging. Het vonnis werd op 12 mei 2021 uitgesproken door een meervoudige kamer van het hof.