ECLI:NL:GHARL:2021:4671
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep tegen inleidende beschikking Wahv wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen een beslissing van de kantonrechter. De kantonrechter had het beroep gegrond verklaard tegen de vernietiging van een beslissing van de officier van justitie, maar het beroep tegen de inleidende beschikking als niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat niet was gebleken dat de inleidende beschikking daadwerkelijk was ontvangen, mede vanwege de uitbesteding van de verzendadministratie door het CJIB aan een derde partij. Het hof stelde echter vast dat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat de beschikking op het juiste adres was verzonden en dat de betrokkene onvoldoende had betwist dat deze was ontvangen.
De beroepstermijn was daardoor verlopen voordat het beroepschrift was ingediend. Het hof verwierp het verweer dat het beleid van het CJIB om bij telefonisch contact een nieuwe beschikking toe te sturen, de termijnoverschrijding zou kunnen rechtvaardigen. Het hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de inleidende beschikking en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking is niet tijdig ingesteld en daarom niet-ontvankelijk verklaard; het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.