In deze arbeidsrechtelijke procedure in hoger beroep staat centraal of de kantonrechter terecht een verrekenpost van €45.000 in mindering bracht op een geldvordering van eiser en of de transitievergoeding terecht werd berekend vanaf 1 januari 2015 of vanaf 1 maart 2009.
De werkgever, Kia Ora Holding B.V., stelde dat zij een verrekenpost had op de vordering van eiser wegens een koopprijsverlaging van activa van een Febovestiging, waarbij eiser akkoord zou zijn gegaan met verrekening. Dit werd onderbouwd met een verklaring van een advocaat die bij de afspraak aanwezig was. Eiser betwistte dit en wilde tegenbewijs leveren.
Het hof oordeelde dat de werkgever voorshands slaagde in haar stelling omtrent de verrekenpost, maar gaf eiser de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren door getuigen te horen. Tevens wees het hof de transitievergoeding over de periode voor 2015 af, omdat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van een dienstverband bij een rechtsvoorganger van Kia Ora.
Het hof bepaalde dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden onder leiding van een raadsheer-commissaris en hield de zaak verder aan voor het overige.