Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. W.J. Morra, naar voren is gebracht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze strafzaak is tegen verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland inzake poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot veroordeling en de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding.
Tijdens de behandeling bleek dat de aangever, die eerder verklaringen aflegde, mogelijk niet volledig openheid van zaken heeft gegeven. Het hof acht het noodzakelijk om de aangever als getuige te horen en heropent daarom het onderzoek, waarbij de behandeling voor onbepaalde tijd wordt aangehouden met een maximale schorsing van drie maanden.
Daarnaast heeft verdachte geen medewerking verleend aan deskundigenonderzoek tijdens zijn observatie in het Pieter Baancentrum. Het hof zal daarom alle beschikbare rapportages over verdachte opvragen om een volledig beeld te krijgen.
Een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is door het hof afgewezen vanwege de ernstige bezwaren en het veroordelend vonnis van de rechtbank. Het arrest is uitgesproken op 12 mei 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek, wijst het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis af en schorst de behandeling voor maximaal drie maanden.