ECLI:NL:GHARL:2021:50
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens overschrijding maximumsnelheid met ingebouwde radarsnelheidsmeter
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een boete opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 9 km/u op een weg buiten de bebouwde kom. De betrokkene voerde aan dat de radarsnelheidsmeter niet correct was opgesteld, onder meer vanwege een zachte ondergrond en een onjuiste meethoek.
Het hof oordeelde eerst dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden doordat een telefonisch gehoor op de voorgestelde datum niet heeft plaatsgevonden, terwijl de gemachtigde dit correct had verzocht. Daarom werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd.
Vervolgens beoordeelde het hof de inhoudelijke bezwaren tegen de meting. Op basis van de toelichting van een technisch adviseur van het OM en het dossier concludeerde het hof dat de radarsnelheidsmeter, ingebouwd in een politievoertuig, op de juiste wijze was gebruikt en dat de meethoek standaard correct was ingesteld. De stelling dat de zachte ondergrond de meting zou beïnvloeden werd niet aannemelijk geacht.
Omdat de overtreding verder niet werd betwist, verklaarde het hof het beroep tegen de boete ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd, evenals de beslissing van de officier van justitie, waarna het beroep tegen de boete ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard ondanks schending van de hoorplicht.