Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep is de zorgregeling tussen de ouders van drie minderjarige kinderen aan de orde. De moeder heeft de bestreden beschikking aangevochten en verzocht deze te vernietigen, terwijl de vader verweer voerde en de bekrachtiging van de beschikking verlangde.
Het hof constateerde dat de vastgelegde zorgregeling niet wordt nagekomen, met name doordat de kinderen niet meer bij de vader overnachten en dat de ouders niet in staat zijn op een constructieve wijze te communiceren, zoals blijkt uit hun onderlinge Whatsapp-berichten. Beide ouders erkennen de problematiek en wensen hulpverlening.
Het hof benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor een goede zorgregeling bij de ouders ligt en dat dwangsommen niet de oplossing bieden. Daarom schorst het hof met ingang van 15 mei 2021 de werking van de beschikking van 1 juli 2020 en houdt de zaak aan tot 1 september 2021. De raad voor de kinderbescherming wordt gevraagd contact op te nemen met het wijkteam om neutrale hulpverlening in te zetten, zodat ouders onder begeleiding leren communiceren en afspraken nakomen. De ouders dienen het hof schriftelijk te informeren over de voortgang.
Uitkomst: De werking van de beschikking wordt geschorst en de zaak aangehouden om ouders onder begeleiding van hulpverlening te laten werken aan communicatie en naleving van de zorgregeling.