ECLI:NL:GHARL:2021:5210

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 mei 2021
Publicatiedatum
31 mei 2021
Zaaknummer
21-003345-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 416 SrArt. 378a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetheling van een door misdrijf verkregen fiets

Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van een fiets, maar het hof vernietigt dit vonnis wegens procedurele tekortkomingen en komt tot een andere bewezenverklaring. Het hof spreekt verdachte vrij van diefstal, maar acht bewezen dat hij opzettelijk en uit winstbejag een door misdrijf verkregen fiets voorhanden heeft gehad, hetgeen opzetheling oplevert.

Tijdens de terechtzitting heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot vrijspraak van de diefstal en veroordeling voor opzetheling. Verdachte en zijn raadsman hebben zich hierop kunnen uitlaten. Het hof weegt mee dat verdachte bekend heeft en dat hij in het verleden veroordeeld is voor vermogensdelicten, maar sinds het feit geen nieuwe contacten met justitie heeft gehad.

Ook zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het verkrijgen van een huurwoning, het afbetalen van schulden en een gepland werktraject, zijn meegenomen. Gezien de aard van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte legt het hof een taakstraf van 14 uur op, met een gevangenisstraf van één dag, met aftrek van het voorarrest. De taakstraf kan bij niet-naleving worden vervangen door zeven dagen hechtenis.

Het hof verklaart het primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Het subsidiair tenlastegelegde wordt bewezen verklaard en strafbaar geoordeeld als opzetheling. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 14 uur en een gevangenisstraf van één dag voor opzetheling van een door misdrijf verkregen fiets.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003345-19
Uitspraak d.d.: 31 mei 2021
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 20 augustus 2015 met parketnummer 16-050226-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 mei 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde en veroordeling van verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van één dag, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf van veertien uren, subsidiair zeven dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.A.C. van den Brink, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 20 augustus 2015 ter zake van de primair tenlastegelegde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, met aftrek van het voorarrest.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat.
Bovendien komt het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
primair
hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2015 tot en met 10 maart 2015 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tussen (ongeveer) 23:00 uur en 08:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2015 tot en met 10 maart 2015 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk, uit winstbejag (een) door misdrijf verkregen fiets voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen;
meer subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2015 tot en met 10 maart 2015 te [plaats] , althans in Nederland, uit winstbejag (een) door misdrijf verkregen fiets voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
subsidiair
hij in de periode van 9 maart 2015 tot en met 10 maart 2015 te [plaats] , opzettelijk, uit winstbejag een door misdrijf verkregen fiets voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan opzetheling van een fiets. Hiermee heeft hij een actieve bijdrage geleverd aan criminele activiteiten.
Uit het de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 12 april 2021 blijkt dat verdachte in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, met name voor vermogensdelicten. Niet is gebleken van nieuwe contacten met politie of justitie sinds het onderhavige feit.
Het hof houdt verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die blijken uit het dossier en zoals die tijdens het onderzoek ter terechtzitting van het hof zijn besproken. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij na een zeer instabiel bestaan inmiddels een huurwoning heeft en bezig is zijn schulden af te betalen. Bovendien staat er voor hem een werktraject in de startblokken.
Alles afwegend acht het hof, ook gelet op de ouderdom van het feit, het feit dat het hof komt tot bewijs voor het subsidiair tenlastegelegde en gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaruit een voorzichtig positieve lijn kan worden gedestilleerd, oplegging van een taakstraf voor de duur van veertien uren en – vanwege de toepasselijkheid van het taakstrafverbod – een gevangenisstraf voor de duur van één dag, met aftrek van de dag die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
14 (veertien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. O. Anjewierden, voorzitter,
mr. A.H. toe Laer en mr. E. Pennink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 31 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.