Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder van de vermogensrechtelijke belangen van een persoon met vergevorderde dementie. De bewindvoerder was gemachtigd om de samenlevingsovereenkomst tussen de rechthebbende en zijn partner te ontbinden.
De verzoeker, de partner van de rechthebbende, stelde dat de bewindvoerder zijn belangen niet goed behartigde en verzocht om ontslag en herroeping van de ontbinding van de samenlevingsovereenkomst. Het hof oordeelde dat de verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek, maar dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de bewindvoerder.
De bewindvoerder had de belangen van de rechthebbende adequaat behartigd, waaronder het terugvorderen van gelden en het doen van aangifte van verduistering. De ontbinding van de samenlevingsovereenkomst is onherroepelijk geworden omdat er geen hoger beroep tegen is ingesteld. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking en wees het verzoek van de partner af.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en herroeping van de ontbinding van de samenlevingsovereenkomst wordt afgewezen.