Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1996 gehuwd in gemeenschap van goederen en in 2017 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is de woning aan de man toegedeeld, met de verplichting dat hij de hypotheekschuld volledig voor zijn rekening neemt en de vrouw vrijwaart van aansprakelijkheid. De levering van het aandeel van de vrouw en haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zijn nog niet gerealiseerd.
De vrouw vroeg de rechtbank om machtiging tot verkoop van de woning, wat werd toegewezen. De man ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de machtiging ten onrechte was verleend omdat hij aan zijn verplichtingen voldoet en er geen gewichtige redenen zijn voor verkoop.
Het hof oordeelde dat ondanks de toedeling van de woning aan de man, deelgenoten niet tegen hun wil in een gemeenschap gehouden kunnen worden. Echter, het enkele feit dat de levering en het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid nog niet hebben plaatsgevonden is geen gewichtige reden voor verkoop. De man heeft aannemelijk gemaakt dat hij de afspraken nakomt en de vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat dit niet het geval is.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vrouw tot machtiging tot verkoop af. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot machtiging tot verkoop van de woning af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.