ECLI:NL:GHARL:2021:528
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake termijnoverschrijding in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter in een zaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard door de beslissing van de officier van justitie te wijzigen en het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk te verklaren wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Het hof oordeelt dat de kantonrechter hiermee juist heeft gehandeld conform artikel 13, eerste lid, Wahv.
Het verzoek van de betrokkene om een proceskostenvergoeding werd door de kantonrechter afgewezen. Het hof bevestigt deze afwijzing, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin geen aanleiding werd gezien voor een vergoeding, ondanks het gedeeltelijk gegrond verklaren van het beroep.
Het hoger beroep wordt daarmee ongegrond verklaard voor het verzoek om proceskostenvergoeding en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.