ECLI:NL:GHARL:2021:5480
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bestuurder veroordeeld voor door rood rijden ondanks ontbreken gevaar
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursrechtelijke sanctie voor het niet stoppen voor rood licht. De betrokkene werd beboet voor het negeren van een rood verkeerslicht op de Oosterhoutseweg in Teteringen op 7 maart 2018. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de betrokkene door rood reed terwijl er geen verkeer was, en dat dit disproportioneel werd bestraft.
Het hof oordeelde dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden omdat de gemachtigde weliswaar tijdig had gereageerd op de uitnodiging voor een hoorzitting, maar niet was gebeld op de afgesproken datum. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard.
Desondanks stelde het hof vast dat de betrokkene de overtreding erkende en dat het RVV 1990 een absoluut stopgebod bij rood licht voorschrijft zonder uitzonderingen. De omstandigheden dat er geen gevaar of hinder was, konden de sanctie niet rechtvaardigen. Het beroep tegen de sanctie werd daarom ongegrond verklaard.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 3 juni 2021.
Uitkomst: Beslissing kantonrechter vernietigd wegens schending hoorplicht, maar sanctie van €160 voor door rood rijden blijft gehandhaafd.