In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Betrokkene was eerder veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepkwekerij met 713 planten. Het hof stelde vast dat betrokkene financieel voordeel had genoten uit deze kwekerij, maar achtte niet aannemelijk dat hij het volledige voordeel had verkregen, gezien de professionele opzet en mogelijke betrokkenheid van anderen.
Omdat er geen nadere informatie was over de verdeling van het voordeel, baseerde het hof de schatting op de verklaring van betrokkene zelf, die aangaf eenmaal €850 te hebben ontvangen. Het hof oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom op €850 werd vastgesteld en legde de verplichting tot betaling aan de Staat op dit bedrag vast.
Verder constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn van berechting in hoger beroep van ongeveer 2 jaar en 7 maanden, maar compenseerde dit met een constatering zonder strafvermindering. Het vonnis werd op 4 juni 2021 uitgesproken door de meervoudige kamer van het hof te Leeuwarden.