ECLI:NL:GHARL:2021:5539

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juni 2021
Publicatiedatum
7 juni 2021
Zaaknummer
Wahv 200.253.096/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie oplegging aan kentekenhouder wegens rijden in geslotenverklaring

De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 19 mei 2016 te Veldhoven. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het hof oordeelt dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden, waardoor de beslissing vernietigd wordt.

Het hof stelt dat de ambtenaren onvoldoende hebben gemotiveerd waarom zij de bestuurder niet staande hielden, terwijl dit volgens artikel 5 Wahv Pro het uitgangspunt is. De reden dat de sanctie ook aan de kentekenhouder kan worden opgelegd, is geen geldige grond om af te zien van staandehouding. De verkeerssituatie en het handelen van de ambtenaren zijn onvoldoende toegelicht.

Daarom vernietigt het hof de sanctiebeschikking en bepaalt dat de zekerheidstelling wordt gerestitueerd. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Het arrest is gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het hof vernietigt de sanctie aan de kentekenhouder wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering niet staande houden bestuurder, en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.253.096/01
CJIB-nummer
: 198224942
Uitspraak d.d.
: 7 juni 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 24 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat kantonrechter heeft miskend dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. Dit verweer treft doel. Er doen zich geen gronden voor waarop van het horen kon worden afgezien. In het licht van bestendige vaste rechtspraak van het hof behoeft dit geen nadere motivering. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren, die beslissing vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen. Hetgeen overigens is aangevoerd aangaande de beslissing van de kantonrechter behoeft geen bespreking meer.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990 eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 mei 2016 om 17.45 uur op de Heuvel in Veldhoven met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
3. De gemachtigde voert aan dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. De ambtenaren hebben hun voertuig gekeerd en zijn met enkele auto’s ertussen de betrokkene gevolgd. Het is niet duidelijk waarom de ambtenaren direct hebben opgegeven, nu valt te verwachten dat er na het keren ander verkeer tussen hen en het waargenomen voertuig zou zitten. De ambtenaren wekken bovendien de schijn dat zij bewust geen moeite hebben gedaan, omdat de sanctie ook aan de kentekenhouder mag worden opgelegd. Het is voorts vreemd dat meerdere voertuigen de verkeerde kant de weg zouden zijn ingereden. Niet is gebleken dat bijvoorbeeld het tussenliggende verkeer is staande gehouden. De ambtenaren hebben in het aanvullend proces-verbaal geen kleur van het waargenomen voertuig vermeld. De beschrijving van “verkeersdrukte” is zo abstract dat hiervan niet zonder meer mag worden uitgegaan. In een gemiddelde verkeersstroom voegen voertuigen in en uit. Zelfs een paar minuten volgen met een paar voertuigen ertussen was voldoende geweest om het waargenomen voertuig staande te houden.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Tijdens surveillance zagen we dat de bestuurder/ster van de Audi vvhk (het hof leest: voorzien van het kenteken) [kenteken] tegen de verplichte rijrichting reed op de Heuvel te Veldhoven (…)
Opgaven verbalisant (…)
Kleur van voertuig: grijs (…)
Reden geen staandehouding: na keren auto niet meer laten stoppen ivm ander verkeer wat er tussendoor kwam gereden.”
5. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 december 2016. Hierin verklaren de ambtenaren:
“Omstreeks 17:45 uur reden wij over de kruisstraat te Veldhoven. Wij zagen een auto, van het merk Audi, de Heuvel inrijden. De Heuvel is een eenrichtingsweg wat wordt aangegeven middels het bord C2 met onderbord uitgezonderd fietsers.
Wij zijn gekeerd en reden achter de auto aan maar er reden meerdere voertuigen tussen ons en de Audi. (…) Door het andere verkeer hebben we de auto geen stopteken kunnen geven. Dit is voor deze overtreding ook niet nodig want deze kan op kenteken uitgeschreven worden. (…)
Wij, verbalisanten, hebben de auto niet laten stoppen in verband met de verkeersdrukte en omdat de bon ook op kenteken uitgeschreven kon worden. Wij hebben het overige verkeer niet ingehaald met behulp van optische- en geluidsignalen omdat we daar geen toestemming voor hebben in deze situatie.”
6. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.
7. De ambtenaren hebben verklaard dat aan hun overweging om de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen onder andere ten grondslag lag dat de sanctie aan de kentekenhouder kan worden opgelegd. Met de gemachtigde is het hof van oordeel dat die reden gezien het onder 6. weergegeven uitgangspunt ontoereikend is om van een staandehouding van de bestuurder van het desbetreffende voertuig af te zien (vgl. het arrest van het hof van 26 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10271).
8. Het hof is voorts van oordeel dat de door de ambtenaren overige opgegeven redenen voor het niet staande houden van de bestuurder van het voertuig op zichzelf niet voldoende zijn voor de conclusie dat staandehouding geen reële mogelijkheid was. Er blijkt niet duidelijk waarom de verkeerssituatie ten tijde van de gedraging staandehouding niet toeliet en de ambtenaren hebben hierover te weinig informatie verschaft. De ambtenaren hebben verklaard dat zij geen toestemming hadden om het overige verkeer met optische en geluidssignalen in te halen, dat de bestuurder van het desbetreffende voertuig tegen de verplichting rijrichting in reed en de ambtenaren geen stopteken konden geven omdat er, nadat zij waren gekeerd, meerdere voertuigen tussen hen en het desbetreffende voertuig reden. Weliswaar hebben de ambtenaren met deze verklaring enige informatie verstrekt over de omstandigheden ter plaatse op het moment van het constateren van de gedraging, maar ongewis blijft wat de daadwerkelijk verkeerssituatie was. De ambtenaren verklaren dat er sprake is van eenrichtingsverkeer. Zonder een nadere uitleg wordt niet duidelijk waarom er meerdere voertuigen reden tussen het desbetreffende voertuig en het voertuig van de ambtenaren nadat de ambtenaren keerden.
9. Het hof houdt het bij deze stand van zaken ervoor dat zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan. Het voorgaande betekent dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de inleidende beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Tevens zal het hof bepalen dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en een nadere toelichting dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 934,50 (3,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 934,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.