ECLI:NL:GHARL:2021:5751
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking parkeren gehandicaptenparkeerplaats wegens onduidelijke bebording
In hoger beroep tegen een sanctiebeschikking wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de positie van het bord E6 zodanig is dat niet duidelijk is of het het voorliggende of achterliggende parkeervak betreft. De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren op 26 januari 2019 met een voertuig op een plek die volgens het bord bestemd was voor een ander kenteken.
De betrokkene voerde aan dat het bord betrekking had op het achterliggende vak, waar een ander voertuig stond geparkeerd, en dat de tegel met rolstoelafbeelding op de bestrating geen officieel verkeersteken is. Het hof nam deze stelling over en oordeelde dat op basis van de foto’s en een Google Maps Street View afbeelding niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het vak van de betrokkene een gehandicaptenparkeerplaats was.
Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het door de betrokkene gestelde bedrag aan zekerheidstelling wordt gerestitueerd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 57,80 toegekend voor de reiskosten van de betrokkene.
Het arrest benadrukt het belang van duidelijke bebording bij gehandicaptenparkeerplaatsen en bevestigt dat een tegel met rolstoelafbeelding geen officieel verkeersbord is volgens het RVV 1990.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt vernietigd wegens onduidelijke plaatsing van het bord E6.