Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de weigering van omgangsregeling en vervangende toestemming voor erkenning van een jongste kind door de man, die eerder veroordeeld is voor huiselijk geweld tegen de vrouw. De vrouw en kinderen wonen op een geheim adres en vrezen contact vanwege het verleden. De rechtbank weigerde de verzoeken van de man en benoemde een bijzondere curator voor het jongste kind.
In hoger beroep handhaaft het hof deze beslissing. Het belang van het kind en de verzorgende ouder staat centraal, waarbij de veiligheid en rust van vrouw en kinderen prevaleren. Het hof constateert herhaaldelijk huiselijk geweld door de man, getuige de strafrechtelijke veroordeling en verklaringen van de kinderen. Erkenning van het jongste kind door de man zou schadelijk zijn voor de emotionele ontwikkeling van het kind en de moeder.
Het verzoek tot DNA-onderzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het recht op omgang wordt ontzegd omdat de man niet de juridische vader is en geen nauwe persoonlijke betrekking heeft met het jongste kind. Ook omgang met de twee oudste kinderen wordt ontzegd vanwege het risico op onrust en stress, wat niet in het belang van de kinderen is. Het hof benadrukt dat omgang in strijd zou zijn met de bescherming van vrouw en kinderen zoals vereist door het Verdrag van Istanbul.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en alle verzoeken van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst de verzoeken van de man tot omgang, erkenning en DNA-onderzoek af vanwege veiligheid vrouw en kinderen.