De betrokkene werd beboet voor het rijden met een kenteken dat niet goed leesbaar was, omdat de kentekenplaat onder een hoek van ongeveer 45 graden tegen het achterlicht van de motorfiets was gemonteerd. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen de boete ongegrond en wees verzoeken tot proceskostenvergoeding en dwangsom af.
In hoger beroep werd betoogd dat de overtreding niet voldoende was vastgesteld en dat de ambtseedverklaring ontbrak. Het hof verwierp deze verweren, onder meer omdat het dossier een op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal bevatte en de foto’s en verklaringen duidelijk maakten dat het kenteken niet goed leesbaar was voor een waarnemer op 20 meter afstand.
Verder werd aangevoerd dat de officier van justitie een dwangsom had verbeurd wegens te late beslissing op het administratief beroep. Het hof oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was en dat de termijnverlenging correct was meegedeeld, waardoor geen dwangsom verschuldigd was.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter, wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af en vulde de gronden voor de afwijzing van de dwangsom aan.