ECLI:NL:GHARL:2021:5923

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juni 2021
Publicatiedatum
16 juni 2021
Zaaknummer
Wahv 200.264.670/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij dwangsom onder €70

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een dwangsom opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet waren ingediend.

Volgens artikel 14 Wahv Pro kan hoger beroep alleen worden ingesteld als de sanctie hoger is dan €70 of als het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. In deze zaak bedroeg de sanctie €62, waardoor het appelverbod van toepassing is.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens de dwangsom onder de appelgrens van €70 en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.264.670/01
CJIB-nummer
: 219009580
Uitspraak d.d.
: 16 juni 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juli 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 17 juli 2020 en 12 oktober 2020 zijn nog een brief van de gemachtigde binnengekomen. Deze zijn in afschrift naar de advocaat-generaal verzonden.

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie bedraagt € 62,- en de kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet zijn ingediend.
3. Het hof zal het hoger beroep, dat zich richt tegen het niet inwilligen van het verzoek tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op het beroep door de officier van justitie, welk geschil connex is aan het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, daarom niet-ontvankelijk verklaren.
4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en het arrest van 1 april 2021, vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.