ECLI:NL:GHARL:2021:5959
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staandehouding en sanctie bij parkeren in parkeerverbodszone
Betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 26 november 2018 te ’s-Gravenhage. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie, en wees het beroep tegen de beschikking ongegrond. Betrokkene stelde dat de ambtenaar ten onrechte geen reële mogelijkheid tot staandehouding had benut.
Het hof beoordeelde dat de ambtenaar pas staandehouding hoeft te verrichten nadat de gedraging is vastgesteld. Het enkel zien van een stilstaand voertuig in een parkeerverbodszone is nog geen vaststelling van de gedraging. Pas nadat is vastgesteld dat geen ontheffing of gehandicaptenparkeerkaart aanwezig is, kan de gedraging worden geconstateerd. Uit verklaringen en foto’s bleek dat niemand bij het voertuig aanwezig was toen de gedraging werd vastgesteld, zodat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
Het hof concludeerde dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder is opgelegd conform artikel 5 Wahv Pro. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat geen aanleiding bestond die toe te kennen. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie voor parkeren in een parkeerverbodszone en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.