Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het verzoek van de vader centraal om de omgangsregeling met zijn minderjarige kind te wijzigen, zodat het contact wordt hersteld na een langdurige periode zonder omgang sinds 2016. De moeder oefent het gezag uit en voert verweer op grond van de problematiek van het kind, waaronder een laag zelfbeeld en ontwikkelingsstoornissen.
Het hof stelt vast dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de eerdere beschikking uit 2013, waardoor het verzoek ontvankelijk is. Het recht van het kind op omgang met de niet-gezaghebbende ouder wordt gewaarborgd door nationale en internationale regelgeving. De vader erkent de zorgen over het kind, maar benadrukt zijn stabiele situatie en het belang van contact.
Gezien de kwetsbaarheid van het kind en het ontbreken van contact sinds 2016 acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen. Daarom gelast het hof een aanvullend raadsonderzoek naar de situatie van het kind en de mogelijkheden voor omgang, waarbij ook het lopende behandeltraject van het kind wordt betrokken. De zaak wordt aangehouden totdat het onderzoek is afgerond en partijen kunnen reageren op het rapport.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling af en gelast een nader raadsonderzoek naar de omgangsmogelijkheden tussen vader en minderjarige.