ECLI:NL:GHARL:2021:597

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
22 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.272.020/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 12 WahvArt. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod en afwezigheid betrokkene

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursrechtelijke verkeersboete onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep niet tijdig was ingesteld en de sanctie lager was dan € 70.

De betrokkene was gedetineerd en verscheen niet op de zitting, omdat hij geen transport had geregeld. Het hof overwoog dat het recht op toegang tot de rechter, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro, het appelverbod buiten toepassing kan laten indien de betrokkene niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten. Hier was echter geen sprake van een dergelijke situatie, omdat de betrokkene zelf verantwoordelijk was voor het regelen van vervoer of verlof en geen verzoek tot aanhouding had ingediend.

Het hof concludeerde dat de kantonrechter niet verplicht was de zaak ambtshalve aan te houden en dat het appelverbod terecht werd toegepast. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het beroep afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en laat het appelverbod in stand.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.272.020/01
CJIB-nummer
: 173325481
Uitspraak d.d.
: 22 januari 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 januari 2021. De betrokkene is niet verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie bedraagt € 34,- en de kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet tijdig beroep was ingesteld.
3. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter op de hoogte was van zijn detentie, maar de zaak in zijn afwezigheid op de zitting heeft behandeld. De betrokkene is niet ter zitting verschenen omdat verzuimd was transport te regelen naar de rechtbank.
4. In artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6402). Het hof heeft in (rechtsoverweging 12 van) dit arrest overwogen dat het recht op toegang tot de rechter kan meebrengen dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten, indien de kantonrechter - in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv - degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op de openbare zitting toe te lichten.
5. Het uitgangspunt is in zaken als de onderhavige dat de betrokkene zelf vervoer dient te regelen naar de rechtbank dan wel de directeur van de inrichting moet verzoeken verlof te verlenen voor het tijdelijk verlaten van de inrichting. Niet gebleken is dat de betrokkene een en ander heeft gedaan. Verder ligt het op de weg van de betrokkene om een verzoek tot aanhouding te doen indien hij de zitting niet kan bijwonen. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene een dergelijk verzoek heeft gedaan. Bij deze stand van zaken komt het voor rekening van de betrokkene dat het beroep in zijn afwezigheid op de zitting van de kantonrechter is behandeld. De kantonrechter was niet gehouden ambtshalve de zaak aan te houden.
6. Gelet op het voorgaande is er geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten. Dit brengt mee dat het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.