De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland die de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige zoon heeft verlengd tot 19 februari 2022. De minderjarige is gediagnosticeerd met een reactieve hechtingsstoornis en vertoont problematisch gedrag dat zijn ontwikkeling bedreigt.
De vader betwist de ernst van de bedreiging en stelt dat de behandeling vrijwillig kan plaatsvinden. De gecertificeerde instelling (GI) en de moeder voeren verweer en benadrukken het belang van voortgezet toezicht en begeleiding vanwege de instabiele opvoedomgeving en de moeizame communicatie tussen ouders.
Het hof oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. De minderjarige heeft cognitieve en sociale problemen en de zoektocht naar passende therapie heeft vertraging opgelopen. Het hof acht het noodzakelijk dat de gezinsvoogd toezicht houdt en begeleiding biedt gedurende de verlengingsperiode, zodat de therapie spoedig kan starten. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.