Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning in Zevenaar en betwist de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van €380.000 per 1 januari 2018. Na een uitspraak van de rechtbank die de waarde bevestigde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Tijdens de zitting via beeldbellen op 12 mei 2021 werd onder meer het late verweerschrift van de heffingsambtenaar besproken. Het Hof oordeelde dat het verweerschrift ondanks te late indiening niet buiten beschouwing mocht blijven, mede vanwege het belang van een gefundeerd oordeel en het feit dat belanghebbende tijdig op de hoogte was van de inhoudelijke standpunten.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix en referentieobjecten die vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en inhoud. Het Hof vond dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat het voorzieningenniveau en de staat van onderhoud van de woning goed waren. De stelling van belanghebbende dat de carport en berging slooprijp zouden zijn, werd niet aannemelijk geacht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.