Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep inzake het gezag en de zorgverdeling over een minderjarige dochter van gescheiden ouders. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag vanwege moeizame communicatie en belemmeringen in hulpverlening door de vader. De vader betwistte dit en benadrukte het belang van gezamenlijke betrokkenheid.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde afwijzing van het verzoek tot eenhoofdig gezag en bekrachtiging van de bestaande zorgregeling, met enkele aanpassingen. Het hof volgde dit advies en oordeelde dat de communicatieproblemen onvoldoende reden zijn voor eenhoofdig gezag en dat het belang van het kind beter gediend is met actieve betrokkenheid van beide ouders.
Met betrekking tot de zorg- en opvoedingstaken stelde het hof vast dat het kind in de oneven weken van vrijdag na school tot maandag bij de vader verblijft en in de even weken op dinsdag na school tot 18.30 uur bij de vader is. De zomervakantie wordt gelijk verdeeld met minimaal twee aaneengesloten weken per ouder. De rechtbankbeschikking werd op deze punten vernietigd en aangepast. Proceskosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen en het belang van het kind.