In deze civiele zaak tussen Autobedrijf Booltink B.V. en de Provincie Gelderland staat de vergoeding van schade als gevolg van uitvoeringswerkzaamheden aan de N840 Leuth-Kekerdom centraal. Het geschil betreft de berekening van nadeelcompensatie, waarbij discussie bestaat over de toepassing van een drempelwaarde versus een kortingsmethode.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest partijen de gelegenheid gegeven nadere omzetgegevens en brutowinsten van de werkplaats over de jaren 2009-2012 in te brengen en op het advies van de schadecommissie over kortingspercentages in te gaan. Booltink heeft deze gegevens en een toelichting van haar financieel adviseur ingebracht, waarop de Provincie heeft gereageerd met een brief van de schadecommissie van 15 januari 2021.
Booltink verzocht het hof geen acht te slaan op deze brief, maar het hof ziet geen reden daartoe en betrekt de brief in haar oordeel. Het hof oordeelt dat geen sprake is van strijd met procesregels of twijfel aan de integriteit van de commissie. Omdat het niet is uitgesloten dat Booltink zich niet vrij voelde om inhoudelijk te reageren op de brief, wordt haar alsnog toegestaan een akte in te dienen met een reactie daarop. De verdere beslissing wordt aangehouden.