De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het op 1 januari 2019 mondeling beledigen van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige uitoefening van zijn functie, waarbij hij de woorden "jullie zijn hoerenkinderen" gebruikte. Het hof achtte dit bewezen en kwalificeerde het als eenvoudige belediging jegens een ambtenaar.
De politierechter had eerder een geldboete van €250 opgelegd en de tenuitvoerlegging bevolen van een voorwaardelijke jeugddetentie van 2 weken. Het hof vernietigde dit vonnis om proceseconomische redenen en deed opnieuw recht, waarbij het de geldboete handhaafde en de voorwaardelijke jeugddetentie omzet in een taakstraf van 30 uur.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit, waarbij het respectloos gedrag jegens het openbaar gezag en de aantasting van de eer en goede naam van de politieambtenaar zwaar wogen. De verdachte was niet verschenen bij de zittingen, waardoor beperkte informatie over zijn persoonlijke omstandigheden beschikbaar was.
De omzetting van de voorwaardelijke jeugddetentie in een taakstraf werd gemotiveerd door het grote verschil in zwaarte tussen het eerdere feit en het onderhavige, en het tijdsverloop. Het hof waarschuwde dat het niet verrichten van de taakstraf alsnog tot hechtenis kan leiden.
Het vonnis werd op 22 januari 2021 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de strafoplegging werd aangepast.