Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
27 oktober 2021.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader, ouders van vier minderjarige kinderen met ernstige problematiek, zijn in eerste aanleg het ouderlijk gezag ontnomen. De rechtbank verlengde tevens de ondertoezichtstelling en machtigde uithuisplaatsing in gespecialiseerde gezinshuizen.
De moeder ging in hoger beroep tegen de beëindiging van het gezag en stelde dat zij inmiddels in staat is met hulpverlening haar rol als ouder te vervullen en dat het gezag behouden moet blijven in het belang van de kinderen. De vader uitte tijdens de zitting zijn onvrede over het verlies van het gezag.
De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat de ouders, ondanks persoonlijke verbeteringen, niet binnen een aanvaardbare termijn het gezag kunnen dragen vanwege de complexe problematiek van de kinderen en de onveilige opvoedingssituatie uit het verleden.
Het hof overwoog dat het belang van de kinderen voorop staat en dat zij recht hebben op continuïteit en duidelijkheid over hun opvoedingsperspectief. Gezien de ernstige gedrags- en ontwikkelingsproblemen, en het onvermogen van de ouders om passende zorg te bieden, is voldaan aan het wettelijke criterium voor beëindiging van het gezag.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad, waarbij het belang van de kinderen en hun gespecialiseerde opvoedingsomgeving centraal staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de vier minderjarige kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.