ECLI:NL:GHARL:2021:6255
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking rechtbank inzake kinderalimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen met gezamenlijk ouderlijk gezag. In het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan zijn afspraken gemaakt over kinderalimentatie en hoofdverblijfplaatsen. De rechtbank Overijssel bepaalde een bijdrage van de man aan de vrouw voor de verzorging en opvoeding van twee kinderen.
De vrouw stelde in hoger beroep dat de alimentatie te laag was vastgesteld en verzocht om een hogere bijdrage, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde met meerdere grieven, waaronder ontvankelijkheid van de vrouw en wijziging van de alimentatiebedragen en ingangsdatum.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende stelde voor dwaling en dat haar grief faalde. De man werd ontvankelijk verklaard, maar zijn grieven over inkomenspositie en overeenstemming werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat zij geen wijziging van het vonnis beoogden. De ingangsdatum van de alimentatie werd door het hof als redelijk beschouwd.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank, compenseerde de kosten van het hoger beroep en wees het overige af. De procedure benadrukte het dwingendrechtelijke karakter van kinderalimentatie en het belang van het belang van de minderjarige kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de grieven van partijen af.