ECLI:NL:GHARL:2021:6278
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wraking raadsheer-plaatsvervanger wegens vooringenomenheid
In de procedure tussen [verzoeker] B.V. en [naam1] B.V. werd op 18 mei 2021 een mondelinge behandeling gehouden waarbij raadsheer-plaatsvervanger Van der Kuil betrokken was. Tijdens deze zitting werd geconstateerd dat Van der Kuil een oud-kantoorgenoot was van de advocaten die [verzoeker] bijstaan, wat aanleiding gaf tot een wrakingsverzoek.
Het wrakingsverzoek werd mondeling ingediend en gebaseerd op het feit dat Van der Kuil eerder in dienst was bij Van Traa Advocaten, het kantoor waar de advocaten van [verzoeker] werkzaam zijn, en dat dit dienstverband was geëindigd na een arbeidsconflict. Dit conflict was zowel zakelijk als persoonlijk van aard en had diepe wonden geslagen bij betrokkenen.
Van der Kuil ontkende vooringenomenheid en stelde dat de periode afgesloten was. De wrakingskamer oordeelde echter dat de omstandigheden uitzonderlijk waren en dat de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd was, mede omdat Van der Kuil niet heeft ontkend dat het vertrek het gevolg was van een conflict en de verhoudingen niet genormaliseerd zijn.
De wrakingskamer besloot daarom het verzoek tot wraking toe te wijzen en Van der Kuil te schorsen als raadsheer in deze zaak. De beslissing werd op 24 juni 2021 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer-plaatsvervanger Van der Kuil is toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.