In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten, maar veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt, diefstal van elektriciteit en het bezit van henneptoppen. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak wegens wettelijke beperkingen.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, met een aanvulling op de motivering omtrent het bewijs. De verklaring van een getuige, die in eerste aanleg werd afgelegd, werd als betrouwbaar beschouwd ondanks dat deze in hoger beroep deels werd ingetrokken. De peilbakengegevens en andere bewijsmiddelen ondersteunden het bewijs van medeplegen. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts incidenteel betrokken was en de auto niet toebehoorde aan verdachte, maar het hof oordeelde anders.
De opgelegde taakstraf van 240 uur werd verminderd tot 200 uur vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep van bijna anderhalf jaar, niet aan de verdediging toe te rekenen. De auto, hoewel op naam van de vader van verdachte, werd geacht eigendom van verdachte te zijn en werd verbeurd verklaard omdat deze werd gebruikt bij het plegen van het strafbare feit. Het hof bevestigde verder de eerdere vrijspraak en veroordeelde verdachte tot de aangepaste taakstraf met vervangende hechtenis en verbeurdverklaring van de auto.