ECLI:NL:GHARL:2021:6359
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toepassing afstemmingsregel bij voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv in aandeelhoudersgeschil
In deze zaak staat een incidentprocedure centraal waarin eisers een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro vorderen om de werking van een aandeelhoudersovereenkomst (Overeenkomst 2012) buiten werking te stellen gedurende de hoofdprocedure. De Overeenkomst 2012 regelt opties en aanbiedingsverplichtingen tussen persoonlijke holdingvennootschappen van broers die samen het bestuur van een concern vormden. In eerste aanleg werden de vorderingen van eisers afgewezen, waarna zij in hoger beroep opnieuw een voorlopige voorziening vorderden.
Het hof oordeelt dat de afstemmingsregel van toepassing is, wat inhoudt dat een voorlopige voorziening in een incidentprocedure moet worden afgestemd op het oordeel van de bodemrechter, tenzij sprake is van een duidelijke juridische of feitelijke misslag of een gewijzigde omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt. Het hof stelt vast dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat een dergelijke uitzondering geldt.
De rechtbank heeft in haar vonnis de geldigheid van de Overeenkomst 2012 bevestigd en heeft geen misslagen gemaakt, noch zijn er relevante gewijzigde omstandigheden die een uitzondering op de afstemmingsregel rechtvaardigen. Het hof wijst daarom de voorlopige voorziening af en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van de hoofdzaak, die in een vergevorderd stadium is. De zaak wordt verwezen naar een roldatum voor het plannen van een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot buitenwerkingstelling van de Overeenkomst 2012 wordt afgewezen vanwege toepassing van de afstemmingsregel.