In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 1 juli 2021 uitspraak gedaan over het beroep van de terbeschikkinggestelde tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De terbeschikkinggestelde verzocht om een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en om aanhouding van de behandeling voor nader gedragskundig onderzoek.
De terbeschikkinggestelde verbleef sinds juli 2017 in een kliniek, waar het verblijf en de behandeling niet waren toegerust op resocialisatie in Nederland vanwege een voorgenomen repatriëring naar Marokko. Deze repatriëring kwam uiteindelijk niet meer aan de orde nadat de bestuursrechter het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst onherroepelijk vernietigde. De terbeschikkinggestelde zal worden overgeplaatst naar een Forensisch Psychiatrisch Centrum om daar aan resocialisatie te werken.
Het hof oordeelde dat de verlenging met twee jaren passend is omdat het behandel- en resocialisatietraject meer tijd vergt dan een jaar. De terbeschikkinggestelde vertoonde in het verleden antisociaal gedrag en na het overlijden van zijn vader is sprake van terugval in problematisch gedrag. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is daarom prematuur. Ook wees het hof het verzoek tot nader gedragskundig onderzoek af, omdat de reeds beschikbare rapportages voldoende inzicht bieden.
Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank en wees alle verzoeken van de terbeschikkinggestelde af.