Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 29 juni 2021 het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 oktober 2019 bevestigd in het hoger beroep van verdachte. De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit, ontslagen van alle rechtsvervolging voor subsidiaire feiten vanwege verminderde toerekenbaarheid door een psychotische stoornis, en veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week voor een geweldsdelict.
De advocaat-generaal stelde dat de psychiater ten onrechte had geconcludeerd dat verdachte geen controle had over zijn gedrag bij de subsidiaire feiten, en vorderde veroordeling. De verdediging steunde het psychiatrisch rapport dat sprak van schizofrenie en verminderde toerekenbaarheid bij de subsidiaire feiten. Het hof volgde de psychiater en oordeelde dat verdachte ten aanzien van deze feiten niet strafbaar was, maar wel strafbaar voor het geweldsdelict, waarvoor geen verband met de psychose werd vastgesteld.
De strafoplegging werd door het hof als passend beoordeeld: een gevangenisstraf van één week met aftrek van het voorarrest, wat feitelijk betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De aanvullende motivering bevestigt dat de ernst van het feit en de persoonlijkheid van verdachte geen aanleiding geven tot strafontheffing.
Het arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. F. van der Maden en mr. W. Geelhoed, waarbij laatstgenoemde niet kon ondertekenen.