ECLI:NL:GHARL:2021:6593
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie kentekenhouder wegens geen voorrang verlenen aan tram ondanks staandehouding ambtenaar
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €240 wegens het niet verlenen van voorrang aan een tram op 14 juni 2019 in ’s-Gravenhage. De betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat de ambtenaar ten onrechte geen staandehouding verrichtte. Volgens de gemachtigde was onduidelijk waarom de ambtenaar geen reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden, mede omdat de verklaring van de ambtenaar hierover onvoldoende duidelijk was.
De advocaat-generaal stelde dat de ambtenaar op dat moment bezig was een andere bestuurder staande te houden en daarom geen reële mogelijkheid had om ook de bestuurder van het voertuig van de betrokkene te stoppen. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt dat als geen reële mogelijkheid bestaat om de bestuurder te staande te houden, de sanctie aan de kentekenhouder mag worden opgelegd.
Het hof concludeerde dat de ambtenaar inderdaad bezig was een andere bestuurder naar een stopplaats te begeleiden, waardoor het niet mogelijk was om de betrokkene staande te houden. De sanctie aan de kentekenhouder was daarom terecht opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De sanctie van €240 aan de kentekenhouder wegens het niet verlenen van voorrang aan een tram wordt bevestigd.