Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het verzoek van de vader tot het vaststellen van kinderalimentatie afgewezen. De vader vroeg om een bijdrage van € 100,- per kind per maand van de moeder, ingaande vanaf 25 mei 2020. De moeder, studerend en werkend drie dagen per week, heeft een netto besteedbaar inkomen van ongeveer € 1.712,- per maand.
De moeder heeft schulden, waaronder een lening van de gemeente en een aflossingsverplichting aan een advocatenkantoor. Het hof heeft alleen de lening van de gemeente als niet-verwijtbaar en niet-vermijdbaar erkend en meegenomen in de draagkrachtberekening. De advocaatkosten en andere schulden werden niet meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat deze niet als noodzakelijke lasten gelden.
Op basis van de berekende draagkracht van de moeder van € 94,- per maand en de draagkracht van de vader van € 981,- per maand, is er een tekort in de gezamenlijke draagkracht ten opzichte van de behoefte van de kinderen. Na toepassing van de zorgkorting resteert een draagkracht van slechts € 5,- per kind per maand voor de moeder. Gezien deze geringe draagkracht wijst het hof het verzoek van de vader af.
De beslissing is genomen op basis van de stukken zonder verdere zitting en houdt rekening met de feitelijke situatie van de moeder, haar studiefinanciering en haar huidige inkomen. De vader heeft geen bezwaar gemaakt tegen de berekening van de draagkracht van de moeder op basis van haar huidige inkomen en studiefinanciering.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot kinderalimentatie wordt afgewezen vanwege de geringe draagkracht van de moeder.