De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden voor het verkopen en het voorhanden hebben van harddrugs. Het hof vernietigt de strafoplegging, behoudens het beslag, en legt een taakstraf van 180 uren op, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De feiten betreffen het dealen van heroïne en cocaïne, wat de volksgezondheid bedreigt en leidt tot maatschappelijke onrust. Het hof houdt rekening met de eerdere veroordeling van de verdachte voor soortgelijke feiten en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Vanwege de schending van de redelijke termijn en de positieve persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het vaderschap en werk, kiest het hof voor een taakstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het vonnis bevestigt verder de beslissing omtrent het beslag op telefoons en geld.