ECLI:NL:GHARL:2021:6869

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juli 2021
Publicatiedatum
15 juli 2021
Zaaknummer
Wahv 200.268.070/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 71 RVV 1990Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking niet stoppen voor rood knipperlicht spoorwegovergang

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het niet stoppen voor het rode knipperlicht bij een spoorwegovergang op 3 juli 2018 in Venlo. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigt deze beslissing in hoger beroep.

De betrokkene reed met een geladen vrachtauto vanuit een zijweg schuin de spoorwegovergang op en gaf gas toen de lichten en bellen in werking traden. Het hof oordeelt dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat betrokkene redelijkerwijs nog had kunnen stoppen voor het rode licht. De verklaring van de ambtenaar en de aangeleverde foto's en kaarten bieden onvoldoende bewijs dat de betrokkene de overtreding heeft begaan.

Daarom vernietigt het hof de sanctiebeschikking, de beslissing van de officier van justitie en het vonnis van de kantonrechter. Tevens wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.122,- aan de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens niet stoppen voor rood knipperlicht bij spoorwegovergang wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.268.070/01
CJIB-nummer
: 218468188
Uitspraak d.d.
: 15 juli 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 12 juli 2019, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 juli 2018 om 08.57 uur op de Vierpaardjes in Venlo met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de gedraging niet is verricht, althans dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een sanctie niet rechtvaardigen. Hiertoe voert hij aan dat de betrokkene met een geladen vrachtauto vanuit een zijweg reed die aansluit op de spoorwegovergang, waardoor de betrokkene geheel schuin indraaide op de overgang. Tijdens het indraaien gaan de bellen rinkelen (het hof begrijpt: het moment dat de rode knipperlichten in werking treden). Op dat moment bevindt de cabine van de vrachtwagen zich al onder de slagbomen. Ter plaatse is een opstelstrook, maar deze strook geeft slechts een kleine meter speling. Doordat de betrokkene schuin aan kwam rijden moest hij direct beslissen of hij de vrachtauto daar wel kon opstellen. Volgens de betrokkene was er geen andere oplossing dan gas geven en de spoorwegovergang zo spoedig mogelijk vrij maken. Vanuit de zijweg heeft de betrokkene geen vooraankondiging van de spoorwegovergang gezien. Verder stelt de gemachtigde dat de vooraankondiging waar de ambtenaar op doelt geen vooraankondiging is, nu deze zich bij de spoorwegovergang zelf bevindt. Ook is er ten onrechte op kenteken is bekeurd. Er was sprake van een statische controle waarbij de betrokkene met een geringe snelheid richting de ambtenaar reed. Met verwijzing naar het arrest van 26 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10271 is de gemachtigde van mening dat de inleidende beschikking vernietigd dient te worden.
3. Het hof stelt voorop dat een bestuurder bij overweglichten in geval van een rood knipperlicht zijn voertuig tot stilstand dient te brengen voor het rode knipperlicht en, indien er een stopstreep is aangebracht, voor die stopstreep. Mede gelet op het bepaalde in artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 dient artikel 71 RVV Pro 1990 aldus te worden verstaan, dat er geen plicht tot stoppen bestaat voor bestuurders die het rode knipperlicht - dan wel bij aanwezigheid van een stopstreep: de stopstreep - zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Staandehouding ter administratieve afhandeling heeft niet plaatsgevonden gezien de verkeerssituatie dit niet toeliet. (…).”
6. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal. De ambtenaar verklaart hierin – voor zover van belang – het volgende:
“Op 3 juli 2018, omstreeks 08:57 uur, bevond ik mij in burger gekleed en met handhaving belast, op de openbare weg, op de Vierpaardjes gelegen in de gemeente Venlo ter hoogte van overweg spoorkilometer 2.2. Ik zag de overweglichten knipperen en ik hoorde de bellen rinkelen. Ik zag de betrokkene tot stilstand komen voor de overweg. Ik zag en hoorde de betrokkene gas geven en de overweg oprijden. Toen de betrokkene op de overweg was zag ik de overwegbomen een dalende beweging maken. Het rode overweglicht knipperde meer dan vijf seconden toen de betrokkene de overweg passeerde. Vanuit de richting waar de betrokkene vandaan kwam, is wel degelijk een vooraankondiging geplaatst, zoals te zien op de bijgevoegde screenshot van Google Streetview.
De reden waarom een staande houding niet heeft kunnen plaatsvinden is het feit dat ik in burgerkleding gekleed was. In verband met persoonlijke veiligheid is het niet verstandig om voor een rijdend voertuig te gaan staan. Ik bevond mij op het trottoir op circa zeven meter van de overweg. Ik had vrij gezicht op de overweg. De overtreding is niet fotografisch vastgelegd.”
7. Bij het aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar afbeeldingen van Google Maps Streetview gevoegd. Op de eerste afbeelding heeft de ambtenaar aangegeven waar de betreffende overweg zich bevindt. Op de tweede afbeelding is de overweg te zien vanuit, in samenhang gelezen met het aanvullend proces-verbaal, de richting waar de betrokkene vandaan kwam. Op deze afbeelding heeft de ambtenaar de bebording waarmee de overweg wordt aangekondigd omcirkeld. Deze bebording bevindt zich vlak voor een eerste overweg die is voorzien van knipperlichten. Enkele meters na deze overweg bevindt zich nog een overweg. Deze overweg is voorzien van knipperlichten en slagbomen. Op de derde afbeelding heeft de ambtenaar zijn positie aangegeven en middels de vierde afbeelding heeft de ambtenaar aangegeven dat hij vanuit zijn positie vrij zicht had op de overweg.
8. De betrokkene stelt van meet af aan dat hij via een zijweg de spoorwegovergang op is gereden. Op basis van de in het dossier aanwezige foto's en na raadpleging van Google Maps Streetview, begrijpt het hof de verklaring van de betrokkene aldus dat hij vanuit de Vierpaardjes kwam en direct linksaf de overweg bij de Vierpaardjes/Broekestraat op moest draaien. Tijdens die manoeuvre begonnen de lichten te branden en de bellen te rinkelen waardoor stoppen op dat moment redelijkerwijs niet meer mogelijk was. De ambtenaar heeft een foto van de spoorwegovergang overgelegd om aan te tonen dat ter plaatse sprake is van een vooraankondiging. Op deze foto is de spoorwegovergang weliswaar vanaf de tegenovergestelde richting te zien, maar uit de verklaring van de ambtenaar blijkt niet expliciet dat de betrokkene vanuit deze richting is gekomen. Op basis van de stukken kan niet genoegzaam worden vastgesteld vanuit welke richting de betrokkene is gekomen. Gelet hierop, bezien in het licht van de van meet af aan (reeds in administratief beroep) duidelijk aangegeven richting waar de betrokkene vandaan zou zijn gekomen, is het hof van oordeel dat het gevoerde verweer geen weerlegging in de verklaring van de ambtenaar vindt. Dit betekent dat op grond van de stukken niet kan worden vastgesteld dat betrokkene redelijkerwijs had kunnen stoppen voor het rode licht.
9. Het hof ziet in het voorgaande aanleiding om de beslissing van de kantonrechter te vernietigen, alsmede de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking. Gelet daarop behoeven de overige gronden geen bespreking.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 748,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.122,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.122,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.