ECLI:NL:GHARL:2021:6887

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
16 juli 2021
Zaaknummer
21-000494-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 300 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis mishandeling met wijziging strafoplegging in hoger beroep

In deze strafzaak stond de mishandeling door verdachte centraal. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde de strafoplegging.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs en de omstandigheden opnieuw gewogen. Verdachte had de aangever meermalen in het gezicht geslagen, waarmee hij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer had geschonden. Het hof hield rekening met de eerdere veroordelingen van verdachte, waaronder soortgelijke delicten, maar ook met het feit dat het delict enige tijd geleden plaatsvond en dat verdachte zich thans positief lijkt te ontwikkelen.

Het reclasseringstoezicht verloopt naar behoren en lijkt binnenkort af te lopen. Gezien deze omstandigheden acht het hof een taakstraf van dertig uren, met een subsidiaire hechtenisstraf van vijftien dagen, passend en geboden. Het vonnis werd op 9 juli 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken.

Uitkomst: Het hof bevestigt de bewezenverklaring mishandeling en legt een taakstraf van dertig uren subsidiair vijftien dagen hechtenis op.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000494-19
Uitspraak d.d.: 9 juli 2021
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 23 januari 2019 met parketnummer 18-187018-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring en tot oplegging van een taakstraf van dertig uren subsidiair vijftien dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. B.J. de Pree, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 23 januari 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de hem tenlastegelegde mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de strafoplegging. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door aangever meermalen in het gezicht te slaan. Door aldus te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van aangever geschonden.
Uit het op verdachte betrekking hebbende uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 mei 2021 blijkt dat verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld ten aanzien van verschillende strafbare feiten, waaronder (in een verder verleden) soortgelijke delicten.
Het hof houdt er rekening mee dat het bewezenverklaarde feit reeds enige tijd geleden plaats heeft gevonden, en dat het thans goed lijkt te gaan met verdachte. Uit het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, blijkt dat het reclasseringstoezicht binnenkort afloopt en dat dit goed verloopt. Verdachte lijkt zijn leven te (willen) beteren.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een taakstraf van dertig uren subsidiair vijftien dagen hechtenis passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,
mr. M.B. de Wit en mr. M.M.H.P. Houben, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,
en op 9 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.M.H.P. Houben is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.